Taxibedrijf voor professionele diensten
Home » Voorwaarden

Voorwaarden

 

ALGEMENE VOORWAARDEN TAXIBEDRIJF TOLBOOM

ARTIKEL 01 – Begripsomschrijving
ARTIKEL 02 – Toepassingsgebied Algemene Voorwaarden
ARTIKEL 03 – Totstandkoming vervoerovereenkomst
ARTIKEL 04 – Beëindiging & annulering vervoerovereenkomst
ARTIKEL 05 – Verplichtingen & bevoegdheden
ARTIKEL 06 – Betaling
ARTIKEL 07 – Verplichtingen & bevoegdheden
ARTIKEL 08 – Handbagage
ARTIKEL 09 – Vervoer van dieren
ARTIKEL 10 – Gevonden voorwerpen
ARTIKEL 11 – Overmacht
ARTIKEL 12 – Aansprakelijkheid van vervoerder
ARTIKEL 13 – Aansprakelijkheid van reiziger
ARTIKEL 14 – Klachten & geschillen
ARTIKEL 15 – Overige voorwaarden.

ARTIKEL 1 – BEGRIPSOMSCHRIJVING:
In deze Algemene Voorwaarden voor het taxivervoer wordt verstaan onder;
Taxivervoer: al het overeengekomen personenvervoer per auto zoals
bedoeld in artikel 1 sub f. van de wet personenvervoer 2000 waarbij de ritprijs van tevoren is overeengekomen dan wel wordt bepaald door het hanteren van de taxameter. Het vervoer omvat tevens het in & uitstappen. Vervoerovereenkomst: de tussen reiziger of opdrachtgever en vervoerder afgesloten overeenkomst om taxivervoer te verrichten.
Taxistandplaats: een deel van de voor het openbaar verkeer openstaande weg
dat door de wegbeheerder is aangewezen als parkeerplaats voor taxi’s. Auto: motorrijtuig, als bedoeld in artikel 1 sub f. van de wet personenvervoer 2000.
Reiziger: de persoon die door vervoerder wordt vervoerd.
Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon die een vervoerovereenkomst
aangaat met de vervoerder.
Opdracht: a. een opdracht van een natuurlijke persoon aan een vervoerder die op een taxistandplaats reizigers afwacht; b. iedere andere opdracht van een reiziger en/ of opdrachtgever aan vervoerder.
Vervoerder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, diens bestuurder van het vervoer daaronder begrepen, die zich verbindt personen te vervoeren per auto.
Bestuurder: bestuurder van de auto of bus waarmee taxivervoer wordt verricht; de taxichauffeur in dienst van vervoerder met inbegrip van andere bestuurders van de taxi en/ of bus, die niet in dienst zijn van vervoerder maar wel dienst doen in zijn opdracht in een vervoermiddel van de vervoerder of een vervoermiddel dat aan vervoerder beschikbaar is gesteld.
Handbagage: bagage die een reiziger als gemakkelijk mee te voeren, draagbaar dan wel verrijdbaar bij zich heeft, daaronder begrepen levende dieren, alsmede andere voorwerpen die door de Vervoerder als handbagage worden toegelaten. Taxameter: apparaat ”taximeter” in de auto dat de vervoerprijs overeenkomstig de kenbaar gemaakte tarieven aangeeft. De taxameter dient zichtbaar aanwezig te zijn.

ARTIKEL 2 – TOEPASSINGSGEBIED ALGEMENE VOORWAARDEN:
Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle vervoerovereenkomsten en
vormen de basis voor de behandeling van geschillen door de Geschillencommissie-
taxivervoer, zoals bedoeld in artikel 14 van deze algemene voorwaarden.

ARTIKEL 3 – TOTSTANDKOMING VERVOEROVEREENKOMST:
1. Een Vervoerovereenkomst komt tot stand door aanvaarding door de reiziger van het
aanbod van de vervoerder.
2. Als sprake is van een opdracht als bedoeld in artikel 1 lid 7a., dan is de vervoerder
verplicht deze opdracht te aanvaarden, behoudens het bepaalde in artikel 4 lid 1.
3. De verplichtingen van de vervoerder, waaronder artikel 7, gelden eveneens tegenover
de reiziger die niet als opdrachtgever optreedt.

ARTIKEL 4 – BEËINDIGING EN ANNULERING VERVOEROVEREENKOMST:
1. De vervoerder kan het voortzetten van de rit onmiddellijk staken en aldus de
Vervoerovereenkomst beëindigen, indien de reiziger dusdanige hinder veroorzaakt
dat in alle redelijkheid niet van de vervoerder kan worden gevergd dat hij de reiziger
“verder” vervoert. De vervoerder kan in dat geval de reiziger gelasten het voertuig
onmiddellijk te verlaten.
2. De vervoerder is in een geval zoals is bedoeld in lid 1, niet gehouden de reiziger enige
schade te vergoeden.
3. Bij voortijdige beëindiging is de reiziger, ingeval de ritprijs tot stand komt via de
taxameter, het bedrag verschuldigd dat de taxameter aangeeft op het moment van
beëindiging van de rit. Ingeval voor aanvang van de rit een ritprijs is
overeengekomen, is de reiziger een evenredig deel van de vooraf overeengekomen prijs
verschuldigd, ter vergoeding van het reeds gereden deel van de rit.
4. De reiziger of opdrachtgever kan voor aanvang van de bij de vervoerder bestelde rit afzien.
In een dergelijk geval is de Reiziger/ Opdrachtgever gehouden tot een
schadeloosstelling naar redelijkheid en billijkheid aan de vervoerder wanneer sprake
is van aantoonbare schade. Dit geldt ook wanneer de Reiziger niet verschijnt op de
met de vervoerder afgesproken plaats.
5. Ingeval de vervoerder bij een bestelde rit niet volgens afspraak verschijnt, heeft de reiziger bij aantoonbare schade recht op een op redelijkheid en billijkheid gebaseerde
schadevergoeding.

ARTIKEL 5 – VERPLICHTINGEN EN BEVOEGDHEDEN REIZIGER:
1. De reiziger is gehouden:
a. door vervoerder in alle redelijkheid gegeven aanwijzingen of instructies op te
volgen, zoals het plaatsnemen op de door vervoerder aangewezen zitplaats;
b. De gordel om te doen, voorafgaand aan de rit, en boete die voortvloeit uit het zich niet houden aan deze verplichting door de reiziger kan op deze worden verhaald.
2. De reiziger is verplicht zich in het voertuig te onthouden van:
a. Beschadiging en/ of verontreiniging van de taxi;
b. Het gebruik van alcoholhoudende dranken, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van- de vervoerder;
c. Het meevoeren en/ of gebruiken van verdovende middelen; d. Het gebruiken van rookwaar;
e. Agressie, het plegen van handtastelijkheden, het lastig vallen, bedreigen,
dan wel zich op een andere wijze onbehoorlijk gedragen jegens de vervoerder
of anderen; f. Het op enigerlei wijze hinderen van de vervoerder in de uitoefening van zijn taak 3. De reiziger is gehouden hetzij de vooraf overeengekomen ritprijs, hetzij de door de
taxameter bepaalde ritprijs te betalen.
4. Wanneer vóór of tijdens de rit omstandigheden aan de zijde van de vervoerder zich
opdoen of naar voren komen, die de reiziger bij het sluiten van de overeenkomst niet
behoefde te kennen, doch die, indien zij hem wel bekend waren geweest,
redelijkerwijs voor hem grond hadden opgeleverd de vervoerovereenkomst niet of- op andere voorwaarden aan te gaan, is de reiziger bevoegd de overeenkomst op te zeggen. De opzegging geschiedt door een mondelinge of schriftelijke kennisgeving van de reiziger en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan door vervoerder. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn partijen na opzegging van de vervoerovereenkomst verplicht elkaar de daardoor geleden schade te vergoeden.
5. Reiziger is bevoegd om tussentijds de eindbestemming van de rit te wijzigen; dit met
inachtneming van het in lid 3 gestelde bepaling.
6. Indien Reiziger er voor kiest zelf het portier te openen, is deze verplicht het portier
zodanig te openen, dat geen hinder en/of gevaar voor het verkeer ontstaat.

ARTIKEL 6 – BETALING:
1. Uitvoering op grond van de Vervoerovereenkomst geschiedt op grond van de Wet
Personenvervoer 2000 vastgestelde en op correcte wijze bekend gemaakte tarieven,
zoals bepaald door de Taxameter of waarbij de ritprijs van te voren overeen is
gekomen.
2. Betalingen door Reiziger/Opdrachtgever aan Vervoerder dienen contant met een in-
Nederland algemeen geaccepteerd betaalmiddel te geschieden, daarbij algemeen
erkende vormen van elektronische betalingen inbegrepen, tenzij anders is
overeengekomen.
3. Vervoerder is gerechtigd bij Reiziger/Opdrachtgever te bevorderen dat contante
betalingen in gepast geld worden voldaan. Vervoerder is niet gehouden een
hoeveelheid munten als betaling aan te nemen, als het tellen daarvan een
onevenredig oponthoud veroorzaakt.
4. a. Indien de consument niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(en) voldoet, is
deze, nadat hij door de ondernemer is gewezen op de te late betaling en de
ondernemer de consument een termijn van 14 dagen heeft gegund om
alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, na het verstrijken van
deze 14-dagen-termijn over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke
rente verschuldigd en is de ondernemer gerechtigd de door hem gemaakte
buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen. Deze
incassokosten bedragen maximaal: 15% over openstaande bedragen tot €2.500,00. 10% over de daaropvolgende €2.500,00 en 5% over de volgende €5.000,00 met een minimum van €40,00. De ondernemer kan ten voordele van
de consument afwijken van genoemde bedragen en percentages.
b. Voor zover Reiziger/ Opdrachtgever handelde in de uitoefening van een
beroep of bedrijf maakt de vervoerder aanspraak op vergoeding van de
buitengerechtelijke kosten, welke kosten in dat geval, in afwijking
van artikel 6:96 lid 4 BW en in afwijking van het besluit vergoeding voor
buitengerechtelijke incassokosten, worden vastgesteld op een bedrag gelijk
aan 15% van de totaal openstaande hoofdsom met een minimum van €75,00
voor iedere gedeeltelijk of volledig onbetaald gelaten factuur.
5. Partijen zijn gerechtigd om wederzijdse vorderingen te verrekenen. 6. Voor zakelijke klanten worden er diensten verleend op krediet. Dat betekent dat klanten hun rekeningen pas achteraf betalen. onze organisatie wil graag zo min mogelijk risico lopen dat klanten hun rekeningen niet betalen. Daarom toetsen wij eerst de zogeheten kredietwaardigheid van een mogelijke opdrachtgever.

ARTIKEL 7 – VERPLICHTINGEN EN BEVOEGDHEDEN VERVOERDE:
1. De vervoerder is verplicht de reiziger, alsmede de door hem meegevoerde handbagage op zorgvuldige en veilige wijze te vervoeren.
2. De vervoerder is verplicht de reiziger naar de bestemming te brengen volgens de voor
de reiziger gunstigste weg: hetzij via de snelste dan wel economisch voordeligste
route, tenzij de reiziger of de meldkamer/ centrale nadrukkelijk verzoekt of
opdracht geeft om langs een andere route te rijden.
3. De vervoerder is verplicht de reiziger behulpzaam te zijn bij het in- en uitstappen alsmede het in- en uitladen van hand en/ of bagage, tenzij zulks om verkeer/ of technische redenenonmogelijk is.
4. De vervoerder is bij gebruik van de taxameter verplicht de stand van de taxameter bij het einde van de rit zo lang te laten staan, zodat de reiziger zich redelijkerwijs van de
stand op de hoogte heeft kunnen stellen.
5. De vervoerder is verplicht om, zoals voorgeschreven in artikel 1c. van de regeling
maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, aan de reiziger een
betalingsbewijs te verstrekken waarop tenminste de daar voorgeschreven gegevens
staan, zoals de ritprijs en daarbij toegepaste tarieven, de gereden afstand, naam,
adres en nummer vergunning van het bedrijf, kenteken voertuig, datum, start en-
eindtijdstip van de rit.
6. De vervoerder is verplicht zorgvuldig om te gaan met de persoonlijke gegevens,
verkregen in verband met de boeking van ritten of anderszins. De vervoerder verwerkt
deze gegevens conform de wet bescherming persoonsgegevens..
7. Als de vervoerder het vervoer geheel of gedeeltelijk staakt, stelt hij de reiziger zo
spoedig mogelijk in kennis van het staken en indien mogelijk van de redenen, de
door hem te nemen maatregelen en de mogelijke tijdsduur die daar op volgt.

ARTIKEL 8 – HANDBAGAGE:
1. De reiziger is verplicht zijn handbagage deugdelijk te verpakken.
2. De vervoerder heeft het recht het vervoer van de handbagage, welke door zijn aard lastig, gevaarlijk of verboden is, c.q. kan zijn dan wel aanleiding kan geven tot
beschadiging of verontreiniging, te mogen weigeren. Een dergelijke situatie doet zich in-ieder geval voor indien de handbagage bestaat o.a. uit :
a. Vuurwapens, munitie, slag- en/ of steekwapens;
b. Ontplofbare stoffen & samengeperste gassen in reservoirs;
d. Voor zelfontbranding vatbare of licht ontvlambare stoffen;
e. Sterk of kwalijk ruikende stoffen;
f. Verdovende middelen;
3. De vervoerder is verplicht redelijke zorg aan te wenden zodat de bagage van de reiziger niet verloren gaat of en/ of beschadigd wordt.

ARTIKEL 9 – VERVOER VAN DIEREN:
1. Levende dieren mogen, behoudens hetgeen in het volgende lid van dit artikel is
bepaald, in gemakkelijk draagbare mand, tas of een dergelijk voorwerp welke kan
worden neergezet of op schoot gehouden, worden meegevoerd, honden mogen
evenwel ook op andere wijze worden meegevoerd, mits kort aangelijnd.
2. De in het eerste lid bedoelde dieren mogen niet worden meegenomen, indien deze
op enigerlei wijze voor de reiziger of voor de bestuurder lastig of hinderlijk kunnen zijn
of lijden aan een ernstige ziekte.
3. Hulphonden, zoals blindengeleidehonden dienen onder alle omstandigheden te
worden meegenomen. Indien een bestuurder allergisch is, dient hij of zij binnen 45 minuten voor vervangend vervoer te zorgen.

ARTIKEL 10 – GEVONDEN VOORWERPEN: Met betrekking tot gevonden voorwerpen geldt, met inachtneming van de algemene
wettelijke bepalingen artikel 5 t/m 12 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; ten aanzien van de aangifte- en meldingsplicht en het in bewaring geven en nemen betreft het volgende: 1. De reiziger is verplicht zo spoedig mogelijk bij de vervoerder-mededeling te doen van een door hem of haar gevonden voorwerp of geldsom. De vervoerder is bevoegd tegen afgifte van bewijs een aldus gevonden voorwerp of geldsom in bewaring aan te nemen. Indien de vinder het gevonden voorwerp of de geldsom onder zich houdt, is hij verplicht al datgene te doen wat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd om de eigenaar of ongelukkige verliezer te vinden.
2. De vervoerder is bevoegd een door de bestuurder gevonden of door een ander gevonden en aan hem afgegeven voorwerp na drie maanden of, indien het voorwerp niet voor bewaring geschikt is eerder te verkopen, voor zover het betreft niet kostbare
zaken.
3. De vervoerder is verplicht een gevonden voorwerp, de opbrengst van een ingevolge- lid 2, verkocht voorwerp of het bedrag van een gevonden geldsom aan de
rechthebbende af te geven, indien deze zich binnen één jaar na melding van verlies
aanmeldt. Indien de rechthebbende het gevonden voorwerp of de opbrengst van de
verkoop daarvan opeist, mag de vervoerder hem het verschuldigde bewaarloon en
administratiekosten in rekening brengen.

ARTIKEL 11 – OVERMACHT:
1. Een tekortkoming kan de vervoerder niet worden toegerekend wanneer deze niet is te
wijten aan zijn schuld, of als deze noch krachtens de wet, rechtshandeling of in het
verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt o.a. bij overmacht. Als de-
vervoerder door overmacht niet aan haar verplichtingen jegens de reiziger of opdrachtgever kan voldoen, kan de Reiziger/ Opdrachtgever de
overeenkomst ontbinden. De vervoerder zal in dat geval door de
Reiziger/ Opdrachtgever vooruitbetaalde bedragen zo spoedig mogelijk terugbetalen.
2. In geval van overmacht heeft de reiziger of opdrachtgever geen recht op
schadevergoeding, behoudens het bepaalde in artikel 6:78 van het Burgerlijk
Wetboek.

ARTIKEL 12 – AANSPRAKELIJKHEID VAN VERVOERDER:
1. De vervoerder is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dood of letsel van de
reiziger ten gevolge van een ongeval dat in verband met en tijdens het vervoer de
reiziger is overkomen. De vervoerder is niet aansprakelijk, indien het ongeval is
veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoer niet heeft
kunnen vermijden en waarvan de vervoerder de gevolgen niet heeft kunnen
verhinderen. De schadevergoeding die vervoerder in genoemde omstandigheden
mogelijk verschuldigd is, is wettelijk beperkt. tot € 2.500.000,-(materieel) Per reiziger met een maximum van € 12.500.000,-(letsel) per gebeurtenis.
2. De vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door geheel of gedeeltelijk
verlies dan wel beschadiging van de handbagage, voor zover dit verlies of deze
beschadiging is ontstaan tijdens het vervoer en is veroorzaakt: a. Door een aan de reiziger overkomen ongeval dat voor rekening van de vervoerder
komt; of door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder heeft kunnen
vermijden of waarvan de vervoerder de gevolgen heeft kunnen verhinderen.
De schadevergoeding die de vervoerder mogelijk verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van handbagage is wettelijk beperkt tot een bedrag van € 1.500,00 per reiziger. 3. In geval van vertraging is de vervoerder wettelijk aansprakelijk tot een maximum van
€ 1000,00.

ARTIKEL 13 – AANSPRAKELIJKHEID VAN REIZIGER:
De reiziger is in beginsel verplicht aan de vervoerder de schade te vergoeden die hij of zijn handbagage aan de vervoerder berokkent, behalve voor zover deze schade is, veroorzaakt door een omstandigheid of een onzorgvuldigheid die reiziger/ cliënt niet heeft kunnen vermijden; reiziger/ cliënt kan geen beroep doen op de hoedanigheid of een gebrek van zijn handbagage; schoonmaakkosten en de daarbij komende- inkomstenderving behoren tot de in dit artikel bedoelde vergoeding van schade.

ARTIKEL 14 – KLACHTEN EN GESCHILLEN:
1. Klachten over de totstandkoming en uitvoering van de Vervoerovereenkomst
moeten volledig en duidelijk omschreven worden ingediend bij de vervoerder binnen
bekwame tijd nadat de Reiziger/ Opdrachtgever de gebreken heeft geconstateerd of
redelijkerwijs had moeten constateren.
2. De vervoerder spant zich in om, mede ter voorkoming van geschillen, bij klachten van
de reiziger deze serieus en in redelijkheid naar genoegen van de reiziger af te handelen.
3. Ingeval partijen niet tot een afronding komen, dient de vervoerder de ontevreden
reiziger te wijzen op de mogelijkheid het aldus ontstane geschil aan de in lid 5
genoemde geschillencommissie te kunnen voorleggen.
4. De reiziger moet ingeval hij de vervoerder aansprakelijk stelt voor schade, deze schade zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de vervoerder melden. De aard & de omvang van de schade moet daarbij bij benadering worden aangegeven.
5. Geschillen tussen Reiziger/ Opdrachtgever & de vervoerder over de totstandkoming of
de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door deze vervoerder te
leveren of geleverde diensten, kunnen zowel door Reiziger/ Opdrachtgever als door
Vervoerder worden voorgelegd aan; Geschillencommissie Taxivervoer, Postbus 90600, 2509 LP Den Haag.
6. Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in behandeling genomen,
indien Reiziger/ Opdrachtgever zijn klacht eerst aan de vervoerder heeft voorgelegd.
7. Nadat de klacht aan de vervoerder is voorgelegd dient het geschil uiterlijk drie
maanden na het ontstaan daarvan schriftelijk bij de geschillencommissie aanhangig
te worden gemaakt.
8. Wanneer de reiziger een geschil voorlegt aan de geschillencommissie, is de vervoerder
aan deze keuze gebonden. Indien de vervoerder dit wil doen, moet hij de reiziger
schriftelijk vragen zich binnen vijf weken uit te spreken of hij daarmee akkoord
gaat. De vervoerder dient daarbij aan te kondigen dat hij zich na het verstrijken van
voornoemde termijn vrij zal achten het geschil aan de gewone rechter voor te
leggen.
9. De geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het
voor haar geldende reglement. Het reglement van de geschillencommissie wordt
desgevraagd toegezonden. De beslissingen van de geschillencommissie geschieden
bij wege van bindend advies. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding verschuldigd.
10. Uitsluitend de Nederlandse rechter dan wel de hierboven genoemde
geschillencommissie is bevoegd van geschillen kennis te nemen.

ARTIKEL 15 – OVERIGE VOORWAARDEN:
1. Alle Vervoerovereenkomsten waarop deze voorwaarden van toepassing zijn verklaard & onderworpen aan Nederlands recht.
2. Vervoerder is verplicht bekendheid te geven aan de wijze waarop de reiziger en/ of opdrachtgever op diens verzoek deze voorwaarden kan verkrijgen.
3. Deze Algemene Voorwaarden zijn openbaar & te raadplegen via internet, onder
meer op www.taxibedrijftolboom.nl & desgevraagd ook kosteloos verkrijgbaar bij de vervoerder.